Laatste update 16 februari 2026
Je hebt van jouw behandelend specialist te horen gekregen dat je binnenkort een ingreep ondergaat waarbij een vorm van anesthesie noodzakelijk is. Je bent daarvoor verwezen naar de polikliniek anesthesiologie voor een preoperatieve screening (POS). Op deze polikliniek bepalen we samen met jou welke vorm van anesthesie het meest geschikt is.
De anesthesioloog is de medisch specialist die zich bezig houdt met verschillende vormen van anesthesie, pijnbestrijding en intensieve zorg rondom de operatie.
Tijdens het preoperatief gesprek stelt de anesthesioloog of een assistent van de anesthesioloog je vragen over jouw huidige gezondheidstoestand. Deze vragen kunnen gaan over eerdere ingrepen, medicijngebruik, allergieën en jouw conditie. Ook wordt een lichamelijk onderzoek gedaan. Met deze gegevens bepalen we of er nog specifieke aanvullende onderzoeken nodig zijn.
Diverse manieren van verdoving
Je krijgt tijdens dit gesprek ook informatie over de mogelijkheden die de anesthesioloog heeft om je te verdoven. Afhankelijk van de ingreep, krijg je informatie over de anesthesie zoals algehele narcose, maar eventueel ook over plaatselijke verdoving of een ruggenprik. Ook combinaties van deze methoden zijn soms mogelijk.
Wanneer je kiest voor een plaatselijke verdoving of ruggenprik kun je wakker blijven tijdens de operatie. Je ziet niets van de ingreep zelf. Dit wordt in verband met steriliteit afgedekt. Bij een plaatselijke verdoving of ruggenprik is het soms mogelijk om een heel lichte vorm van narcose te krijgen (in de volksmond wordt dit vaak een roesje genoemd). In dat geval hoor en zie je weinig van de operatie, maar heb je geen algehele anesthesie.
De anesthesioloog adviseert je over welke vorm van anesthesie voor jou het beste is en wat de andere opties zijn. De anesthesioloog beslist samen met jou welke type verdoving in jouw geval het beste is. Daarnaast krijg je uitleg over het beloop van de anesthesie en wat je verder nog kunt verwachten voor en na de ingreep.
Operatie
Op de dag van de operatie kom je naar het ziekenhuis en word je opgenomen op de afdeling. De afdeling krijgt een seintje van de operatiekamer als je bijna aan de beurt bent. Je wordt naar de operatiekamers gebracht, waar je even wacht in de voorbereidingsruimte. Hier wordt je voorbereid voor de operatie.
Je krijgt een infuus en je wordt aangesloten aan onze bewakingsmonitor. Hiermee bewaakt de anesthesioloog tijdens de operatie jouw hartslag, bloeddruk en het zuurstofgehalte in het bloed. Afhankelijk van het type operatie krijg je op de voorbereiding eventueel al beschermende antibiotica.
Wanneer je een plaatselijke verdoving krijgt, wordt dit meestal op de voorbereidingsruimte geplaatst. Voordat je naar de operatiekamer gaat, vindt er nog een controle plaats. De anesthesiemedewerker haalt je op en brengt je samen met de anesthesioloog of een operatieassistent naar de operatiekamer.
Er is altijd iemand bij je in de buurt als je op de operatiekamer bent. Ook bij plaatselijke verdoving is er een anesthesiemedewerker je te begeleiden. Je kunt eigen muziek meenemen en luisteren, of vraag het operatieteam vragen of zij jouw keuze op de radio kunnen afspelen.
Op de operatiekamer blijf je aangesloten aan de bewakingsmonitor en stap je over van het ziekenhuisbed op de operatietafel. Op de operatiekamer is het kouder dan in de rest van het ziekenhuis. Je krijgt warme dekens om afkoeling te voorkomen. Tijdens de operatie houden de anesthesioloog en de anesthesiemedewerker continu jouw hartritme, bloeddruk, zuurstofgehalte in het bloed en jouw lichaamstemperatuur in de gaten en sturen dit waar nodig bij.
De anesthesioloog is verantwoordelijk voor het beleid rondom de operatie. Als je een algehele narcose krijgt, is de anesthesioloog ook aanwezig als je wakker wordt uit de narcose. Vaak merkt je hier niet veel van en zul je goed wakker worden op de uitslaapkamer. De anesthesioloog let tijdens de narcose er ook op dat u na de operatie zo comfortabel mogelijk wakker wordt. Hij of zij is op de verkoeverkamer verantwoordelijk voor de pijnbestrijding.
Verkoever
Op de verkoever blijft je nog even aangesloten op de bewakingsapparatuur. Ook hier worden jouw bloeddruk, hartslag en zuurstofgehalte bewaakt. Als je een algehele narcose hebt gehad, word je langzaam wakker op de verkoever. Op de verkoever kijken we met een echoapparaat of je blaas niet te vol is. Om te beoordelen hoe het gaat met jouw pijn wordt een aantal keren gevraagd om de pijn een cijfer te geven tussen 0 en 10. Dit noemen wij de NRS van de pijn, oftewel de pijnscore. Op basis hiervan wordt op de verkoever zo nodig pijnstilling bijgegeven.
Op de verkoever kun je – als het op voorraad is – een ijsje krijgen. Wanneer je voldoende wakker en pijnvrij bent, mag je terug naar de afdeling voor verder herstel. Als je een vorm van lokale verdoving kreeg, mag je meestal al snel terug naar de afdeling. Na een ruggenprik mag je naar de afdeling wanneer deze goed begint uit te werken.