Het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis gaat vernieuwen. Dat gebeurt in fases, met als doel een volledig nieuwe locatie ETZ Elisabeth in 2050. De eerste fase is een uitbreiding van het huidige ziekenhuis met een acuut centrum voor alle spoedzorg en een kliniek met verpleegafdelingen. Hierdoor brengen we de spoedzorg en de verpleegafdelingen samen op één plek. Zo kunnen we efficiënter werken en beter samenwerken.
Maar dat is niet het enige belangrijk doel. Het ETZ wil een BENG-gebouw opleveren: een Bijna Energie Neutraal Gebouw. In 2030 moeten we de CO2-uitstoot van het ETZ Elisabeth met 50% hebben verminderd. Hoe we dat aanpakken? Projectleider werktuigkunde Lucas Buitendijk vertelt welke duurzame maatregelen we in de nieuwbouw nemen.
De tekst gaat verder onder de foto.

Lucas Buitendijk, Projectleider werktuigkunde ETZ
Energie uit de bodem
Lucas: “Het verminderen van de CO2-uitstoot staat hoog op de agenda van het ETZ. Daarom gaan we in de nieuwbouw slim om met energie. Een belangrijke stap is de aanleg van een Warmte-Koudeopslag (WKO-installatie). Daarmee maken we direct een groot verschil.”
Een WKO-installatie gebruikt warmte en koude die is opgeslagen in de grond om het gebouw te verwarmen en te koelen. In de zomer koelen we het gebouw met water uit de koude bronnen. Het daardoor opgewarmde water wordt in de warme bronnen gepompt. In de winter pompen we het warme water uit de warme bronnen om het gebouw te verwarmen met de warmtepomp. Het afgekoelde water wordt daarna in de koude bronnen gepompt, waar het klaarstaat voor de zomer. Deze kringloop herhaalt zich elk jaar.
Dit is een duurzaam alternatief voor traditionele verwarming en koeling, zonder aardgas en met flinke besparingen op elektriciteit. De warmtepomp wekt warmte veel efficiënter op dan een gas- of elektrische CV-ketel, wat bijdraagt aan lagere energieverbruik en CO2-uitstoot.
Zes bronnen van 50 meter diep
“Vorig jaar hebben we zes bronnen geboord aan de overzijde van de Leij, vlakbij het ziekenhuis”, zegt Lucas. “De buizen reiken tot 50 meter diep en de bronnen gaan naar verwachting zo’n 30 jaar mee. Als de installatie volledig draait, kunnen de bronnen zo’n 120.000 liter water per uur leveren. Dit zorgt voor een optimaal binnenklimaat in de nieuwbouw. Ook in de bestaande gebouwen maken we al gebruik van WKO in combinatie met een warmtepomp, onder andere voor de verpleegtorens. Zo zetten we steeds meer stappen richting de halvering van onze CO2-uitstoot.
Van tekening naar werkelijkheid
Lucas werkt inmiddels al ruim drie jaar aan de voorbereidingen. “In het begin moesten we onderzoeken waar de bronnen geboord konden worden, vergunningen aanvragen, en uitzoeken hoe de leidingen moesten lopen. Dat was een hele zoektocht. Nu de bronnen geboord zijn, geeft dat veel voldoening. Het is prachtig om te zien dat iets waar je jarenlang over sprak of alleen op tekeningen zag, nu werkelijkheid ziet worden.”
“Het is prachtig om te zien dat iets waar je jarenlang over sprak of alleen op tekeningen zag, nu werkelijkheid ziet worden.”
Groen dak houdt ziekenhuis koel
Naast de WKO krijgt het nieuwe acuut centrum ook een groen dak. Lucas: “Het groene dak vangt regenwater op. Zo stroomt er minder water direct af naar het oppervlaktewater, én blijft het gebouw koeler. Ook helpt het om inheemse planten en dieren in stand te houden.”
Slim en energiezuinig bevochtigen
“Luchtbevochtiging is essentieel in een ziekenhuis, bijvoorbeeld op de intensive care of in operatiekamers, maar het verbruikt veel energie. Lucas: “Daarom kiezen we in de nieuwbouw voor adiabatische luchtbevochtiging. Dit is veel efficiënter dan stoombevochtiging, omdat we de warmte van de warmtepomp en de WKO-installatie gebruiken om de lucht te bevochtigen. Zo hoeven we geen aardgas meer te gebruiken voor stoom en hebben we geen stoomnet meer door het gebouw, wat energieverlies voorkomt. Dit sluit perfect aan bij onze ambitie om een gasloos gebouw te realiseren en helpt ons de CO2-doelstellingen te behalen.” We maken daarnaast bewuste keuzes over waar we wel of niet bevochtiging toepassen.”
Warm water daar waar nodig
Een volgende stap in verduurzaming is de manier waarop we warm kraanwater opwarmen. Lucas: “Door dit lokaal op kamerniveau te doen, minimaliseren we warmteverliezen door lange leidingen. Het water wordt opgewarmd met elektrische doorstroomtoestellen, zodat er geen aardgas meer nodig is. Voor de gebruikers kan het even duren voordat er warm water uit de kraan komt, maar dit bespaart veel energie en vermindert CO2-uitstoot. We kijken bovendien samen met de gebruikers of er in een ruimte daadwerkelijk warm water nodig is.”
Verder bouwen aan de toekomst
Zodra de eerste fase van de vernieuwing is afgerond, gaan we door met de volgende stappen. Zo bouwen we gestaag verder aan een toekomstbestendig én duurzaam ETZ.