Tandheelkundige implantaten

Tandheelkundige implantaten zijn schroeven gemaakt van chirurgisch titanium. Deze implantaten
worden met een kleine ingreep, onder plaatselijke verdoving, in het bot van de kaak aangebracht. Na een genezingsperiode van zes weken tot drie maanden zijn deze implantaten vastgegroeid in het kaakbot.

Afhankelijk van het gebruikte systeem steekt het bovenste deel van het schroefje door het tandvlees heen, of wordt het implantaat in zijn geheel onder het tandvlees geplaatst. Op een implantaat kan de tandarts een kroon of prothese maken.

IMPLANTATEN SPREEKUUR

Omdat het plaatsen van implantaten precisiewerk is, hebben wij een speciaal spreekuur ingericht met behandelaren die gespecialiseerd zijn om implantaten te plaatsen. Op dit implantaten spreekuur word je gezien door een MKA-chirurg en een implantoloog gespecialiseerd in de implantologie.

Zij zien je graag eerst op consult om jouw persoonlijke mondsituatie in beeld te brengen en in overleg met de verwijzer een behandelplan op te stellen. Ook kunnen we voor jou bekijken voor welke vergoedingen je in aanmerking komt.

Behandeling kan poliklinisch en onder narcose plaatsvinden. Wij informeren je graag over alle mogelijkheden.

Ingreep

Na de verwijzing door de tandarts krijg je een eerste afspraak op de polikliniek MKA-chirurgie. We maken dan een of twee röntgenfoto’s. De kaakchirurg en een implantoloog onderzoeken je. Zij beoordelen of het plaatsen van implantaten zinvol en mogelijk is. Is dat het geval, dan krijg je uitleg over de behandeling.

VOOR DE INGREEP

Je meldt je op de afgesproken tijd en datum op de polikliniek MKA-chirurgie. We brengen je dan naar de behandelkamer waar je plaatsneemt in de behandelstoel. Dit is ongeveer dezelfde stoel als bij de tandarts. Je krijgt een plaatselijke verdoving en we leggen steriele doeken over jou heen.
De verdoving is na twee tot vier uur uitgewerkt. Omdat pijnstillers effectiever werken als je ze al hebt ingenomen voordat de pijn opkomt, kun je het beste al een uur na de behandeling een pijnstiller innemen.

TIJDENS DE INGREEP

Na het verdoven boort de MKA-chirurg/implantoloog gaatjes in het kaakbot en schroeft de implantaten in de gaatjes. De implantaten hebben aan de bovenkant een opening waarin vuil en bacteriën zich kunnen ophopen.

Om dat te voorkomen, dekt de MKA-chirurg/implantoloog de implantaten af met een dekschroef, een soort dekseltje op het implantaat. Afhankelijk van het gebruikte systeem steekt het implantaat al dan niet door het slijmvlies heen.

De behandeling is pijnloos, want bij goede verdoving is het pijngevoel uitgeschakeld. Je blijft wel voelen dat er iets gebeurt, zoals zachte druk en het trillen van de boor. De chirurg sluit je tandvlees met hechtingen.

Hoe lang de ingreep duurt, hangt af van het aantal implantaten en de hardheid van het kaakbot. Gemiddeld duurt de ingreep een half uur tot drie kwartier.

NA DE INGREEP

Als de MKA-chirurg klaar is, mag je naar huis. Je krijgt een recept mee voor pijnstillers. Tijdens de eerste 48 uur na de ingreep kun je gerust de maximale dosis gebruiken. Daarna kun je het proberen zonder pijnstillers. De hoeveelheid napijn valt doorgaans mee, maar verschilt per patiënt.

Mondspoeling

Je hebt een recept gekregen voor een desinfecterende mondspoeling. Die gebruik je vier keer per dag, totdat je het wondgebied weer kunt poetsen. De polikliniekassistent heeft je dat uitgelegd.

Zwelling

Het kingebied kan zwellen, vooral op de eerste en tweede dag na de behandeling. Je kunt de zwelling verminderen door de eerste uren na de behandeling de kin te koelen met een ijskompres: een plastic zakje met ijsklontjes of een coldpac gewikkeld in een washandje. Dit kompres kun je enkele malen per dag, gedurende twintig minuten, tegen de wang/kin houden.

Een beetje temperatuurverhoging tot 38.5°C is normaal. Het is niet erg als er nog een beetje bloed uit de wond komt. Dat vermengt zich met je speeksel, waardoor het meer lijkt dan het is.

Niet roken

Als je rookt, moet je hiermee stoppen. Roken zorgt voor een vertraagde wondgenezing. Daarnaast vergroot roken de kans dat de implantaten afgestoten worden. De eerste zes weken tot dertien maanden mogen de implantaten niet worden belast. Zo kan het kaakbot zich goed hechten aan de implantaten. Het kan voorkomen dat de implantaten worden afgestoten, maar dat gebeurt gelukkig zelden. De kans dat de behandeling meteen succesvol is, ligt tussen de 90 en 97 procent. Om de kans op afstoting zo klein mogelijk te maken, is het erg belangrijk dat je zelf zorgt voor een goede mondhygiëne en dat je regelmatig op controle gaat.

Op controle

Na de ingreep krijg je een aantal controleafspraken op de polikliniek. Niet iedereen heeft alle controles nodig. Als het herstel en de aanpassing goed verlopen, dan kunnen we sommige stappen overslaan.

EERSTE CONTROLE: NA ONGEVEER 10 DAGEN

We controleren de wond en maken deze schoon (wondtoilet). Heb je niet-oplosbare hechtingen gekregen, dan verwijderen we die. Je krijgt een noodvoorziening – meestal je oude prothese – waarmee je weer een beetje kunt kauwen, met zo min mogelijk druk op de implantaten.

TWEEDE CONTROLE: NA 2 MAANDEN

De MKA-chirurg en implantoloog controleren of de noodprothese goed zit en verwijzen je zo nodig naar een mondhygiënist. Die ondersteunt je bij de verzorging van je mond en geeft je eventueel verdere instructies.

DERDE CONTROLE: NA ONGEVEER 3 MAANDEN

Op de polikliniek maken we een röntgenfoto van de implantaten. Zonodig volgt een afspraak voor het vrijleggen van de implantaten. Hierbij verwijderen we het tandvlees dat over de implantaten ligt. De implantaten dekken we af met andere dekschroeven. De tandarts van het ziekenhuis of je eigen tandarts maakt de uiteindelijke prothese, kroon of brug. Om deie goed op de implantaten te laten passen, zijn nog enkele wekelijkse behandelingen nodig.

OVERIGE CONTROLES

Ook als je klaar bent met de behandeling zijn controles door de tandarts en de mondhygiëniste erg belangrijk. Deze vinden een of twee keer per jaar plaats.

Hoe verzorg je de implantaten?

Voor de genezing en het behoud van de implantaten is een goede mondhygiëne heel belangrijk. Hier lees je hoe je de implantaten het beste kunt verzorgen.

Eten

Tot je de noodprothese gaat dragen (ongeveer drie weken na de ingreep) mag je geen druk zetten op de implantaten door te kauwen. Je kunt in die tijd dus alleen gepureerd, gemalen of zacht voedsel eten. Daarna kun je weer voorzichtig vast voedsel eten.

Op de polikliniek MKA-chirurgie of via de diëtist krijg je informatie over het bereiden van geschikt zacht voedsel. Soms krijg j afwijkende adviezen van de kaakchirurg, bijvoorbeeld bij enkeltandsvervanging of implantaten voor kroon- en brugwerk.

Kosten

Voor het plaatsen van implantaten (inclusief afdekschroef) gelden vaste tarieven. Je vraagt deze op bij de poli MKA-chirurgie.

Implantaten bij een prothese

Als je jouw eigen tanden of kiezen hebt verloren en je draagt al enige tijd een gebitsprothese, dan slinkt vaak je kaakbot. Hierdoor gaat je gebitsprothese steeds minder goed zitten en moet je die regelmatig laten aanpassen. Uiteindelijk kan geen goed functionerende prothese meer gemaakt worden. In dat geval kan jouw tandarts besluiten dat meer houvast gecreëerd moet worden voor de prothese. Hiervoor wordt vaak de hulp van de MKA-chirurg ingeroepen. De MKA-chirurg plaatst dan implantaten waarop de tandarts dan een klikgebit kan maken. Een klikgebit kan zowel in de bovenkaak als onderkaak gemaakt worden.

Als er functionele problemen worden vastgesteld, leggen wij het behandelvoorstel voor aan de zorgverzekeraar om zo voor vergoeding in aanmerking te komen.

KLIKGEBIT BOVENKAAK

Als er sprake is van functionele problemen met de bovenprothese, kan met het gebruik van implantaten in de bovenkaak steun en stabiliteit aan de bovenprothese worden gegeven. Een voorwaarde voor het kunnen plaatsen van een implantaat is dat er voldoende bot aanwezig is in de bovenkaak. Drie behandelopties zijn mogelijk:

  1. De situatie waarbij voldoende bot in de bovenkaak aanwezig is om de implantaten te plaatsen. De implantaten kunnen dan direct in de bovenkaak geplaatst worden. Dit kan zowel poliklinisch met lokale verdoving of in dagbehandeling met narcose.
  2. Wanneer weinig bot aanwezig is in de bovenkaak. In deze situatie kan met behulp van digitale 3D-planning een implantaatplan worden gemaakt.
  3. Met een plaatsingsmal die digitaal wordt vervaardigd kan dan met uiterste precisie geïmplanteerd worden.
  4. Wanneer te weinig bot aanwezig is om de implantaten in de bovenkaak te kunnen plaatsen.

Voordat de implantaten geplaatst kunnen worden moet eerst bot in de bovenkaak aangebracht te worden. Hiervoor zijn verschillende methoden beschikbaar, voor meer informatie klik hier.
Naar aanleiding van het consult op ons implantologiespreekuur, kunnen wij vaststellen voor welke behandeling je in aanmerking komt.

KLIKGEBIT ONDERKAAK

Bij prothesedragende patiënten zijn de meeste problemen gerelateerd aan het niet goed vastzitten van de onderprothese. Met een eenvoudige behandeling kunnen twee implantaten worden geplaatst op de plek van de hoektanden. Daarop wordt een kliksysteem gezet. De prothese klikt hierop vast waardoor spreken, eten, algemeen sociaal functioneren verbeterd wordt. Het is een standaard behandeling waarbij de zorgverzekeraar bij een reële hulpvraag tot vergoeding over gaat.

In één dag

Uniek in het ETZ is de behandeloptie waarbij de vooraf vervaardigde prothese in één dag op de ’s ochtends geplaatste implantaten wordt gemonteerd; het “Active in one day” concept. Wij kunnen je op het consult meer vertellen over de behandeling.

ACTIVE IN ONE DAY

Een klikgebit op twee implantaten in één dag. Deze behandelmethode wordt uitgevoerd met twee implantaten waarbij vanaf de eerste dag de implantaten volledig belast en benut worden voor houvast van de nieuwe onderprothese. De behandeltijd wordt maanden ingekort, waardoor de patiënttevredenheid groter is dan met de huidige behandelmethode.

De voordelen hiervan zijn:

  • geen noodzaak meer om een periode zonder prothese rond te hoeven lopen;
  • verkorten van de behandeltijd;
  • minder drukplaatsen en napijn;
  • minder belastend;
  • niet langer met de oude prothese door te hoeven lopen, waardoor aanpassingen en tussentijdse consulten vervallen;
  • na het plaatsen van het klikgebit zijn maar een beperkt aantal controleafspraken nodig.