Conversiestoornis

Bij een conversiestoornis zorgen uw hersenen ervoor dat sommige delen van het lichaam tijdelijk niet goed werken. Dit komt meestal door hevige stress, angst of woede. Conversieklachten zijn allerlei neurologisch aandoende lichamelijke verschijnselen, waar echter géén neurologische of andere lichamelijke oorzaak voor kan worden gevonden. Denk bijvoorbeeld aan:

  • uitvalsverschijnselen/verlammingen;
  • flauwvallen;
  • zintuiglijke problemen, zoals (gedeeltelijk) gezichts- of gehoorverlies;
  • motorische problemen, zoals schokken en trillen;
  • problemen met het spraakvermogen, zoals stotteren.
Kortom, bij een conversiestoornis lijkt het vaak alsof de hersenen een bepaalde functie (deels) uitgeschakeld hebben.

Behandeling bij conversiestoornis

Conversieklachten hebben geen lichamelijk aantoonbare oorzaak. Er bestaat vaak een verband met psychologische factoren, hoewel dit niet altijd meteen duidelijk is. Denk bijvoorbeeld aan hevige stress, uit het verleden of korter geleden. In ons behandeltraject pakt een psycholoog dit stuk met u op en wordt een geschikte psychologische behandeling geboden. Dit kan bijvoorbeeld gericht zijn op traumaverwerking (EMDR), cognitieve gedragstherapie of hypnotherapie.

Ook is het belangrijk om de aangedane lichamelijke functie weer te herstellen. Daarom betrekken we vaak een fysiotherapeut of psychomotore therapeut bij de behandeling. De fysiotherapeut werkt klachtgericht en oefent met u om bijvoorbeeld de uitgevallen lichaamsfunctie te verbeteren. De psychomotore therapeut maakt gebruik van het lichaam om tot meer zelfkennis te komen en het lichaam in te zetten als middel tot verandering.

De psycholoog en fysiotherapeut/psychomotore therapeut werken intensief samen, dit noemen we het ‘tweesporenbeleid’. Zo nemen we psychologische en lichamelijke factoren mee in de behandeling van een conversie.

Conversieklachten kunnen individueel op de polikliniek behandeld worden of groepsgewijs in één van de SOLK-programma’s.